Een kraanwatertje van 4,50 euro op de bon of een QR-code die naar een onleesbare pdf leidt: in de Utrechtse horeca valt genoeg te zuchten. Toch zitten de echte ergernissen vaak dieper. Dit zijn de grootste.
In een speciale aflevering van Eten wat de podcast zetten we onze ergernissen op een rij. Deze keer is Jelle aan de beurt met zijn vijf grootste, die van Ger volgen in een volgende aflevering.
1. Eenheidsworst
De belangrijkste ergernis: overal komt steeds meer hetzelfde. We schatten het aantal koffiebars in Utrecht inmiddels op ruim vijftig, en ook shared-diningzaakjes met kleine gerechten zijn er in overvloed. Op de drankkaart is het niet anders. Waar een grote Duitse supermarkt acht gangpaden aan frisdrank en bier heeft, schenkt vrijwel elke zaak hier hetzelfde, mede door contracten met brouwers. Zelfs het ooit bijzondere Fritz-kola staat inmiddels overal. Jelles advies aan de horeca: durf meer eigenheid.

2. AI-posters
De AI-gegenereerde poster duikt overal op. Wie zo’n poster maakt, denkt uniek te zijn, maar het resultaat lijkt telkens van dezelfde ontwerper. Jelle heeft geen moeite met lelijk: de overbelichte foto’s bij de kebabzaak en de vergeelde menukaart van het Chinese restaurant vindt hij juist charmant. Het probleem is dat AI-posters inmiddels goedkoop overkomen. “Als ik het nu zie, denk ik: dit is gewoon een goedkope zaak. Daar ga ik niet naar binnen.” Een voorbeeld daarvan is ULU Asian Tapas.
3. Gebrek aan zitcomfort (en warmte)
Dezelfde houten tafeltjes, dezelfde houten schoolstoeltjes, smalle vensterbankjes met de dunst denkbare kussentjes: lekker zitten is volgens Jelle geen prioriteit meer. Uitzonderingen zijn er wel. Een Iraanse zaak aan de Witte Vrouwenstraat heeft nog een echte leren bank, en De Ontdekking heeft fijne hoekjes, al zijn die vrijwel altijd bezet. Ger herinnert zich zijn bezoek aan Karaf, waar Jelle een hele aflevering over zijn zitplek klaagde, en Le Smash, met ijzeren tafels en scherpe hoeken.

Daar komt met de winter een tweede punt bij: zaken die vanwege de hoge gasprijs de verwarming laag houden. De twee maakten dat eerder mee bij een crêperie. Jelle: “Ik kom in de horeca voor comfort, warmte en gezelligheid.”
4. Gebrek aan eigenaarschap
De vaagste, maar volgens Jelle misschien wel de belangrijkste ergernis: niemand die verantwoordelijkheid neemt. Hij ziet het vooral bij zaken die onderdeel zijn van een groep. Bij LOFT 88 aan de Voorstraat ging van alles mis zonder dat iemand excuses aanbood. Bij Grand Shuffle moest Ger zelf 79 euro rechtzetten nadat er verkeerd was aangeslagen. Leeftijd heeft er niets mee te maken, benadrukt Jelle: ook een jonge serveerder kan eigenaarschap tonen door een probleem op te lossen of te vragen of er iets anders moet.
Het positieve voorbeeld: Karibu, waar de eigenaar er altijd zelf is. Bij de vorige uitbater op die plek was dat wel anders.
5. Bonus: geen koekje bij de koffie
Een middelmatige cappuccino van 3,80 euro zonder iets erbij. Bij een zaak met uitstekende koffie, zoals Cupp, mag het koekje wat Jelle betreft ontbreken. Maar middelmatige koffie maakt hij ook thuis, en dan hoort de zaak het goed te maken. Positieve herinneringen zijn er ook: Jan Hagel bij Graaf Floris en chocoladeboontjes bij Miracolo vlakbij de Jaarbeurs. Ger heeft zijn eigen nuance: liever een vers boterkoekje dan de alomtegenwoordige cantuccini.
De ideale zaak volgens Jelle
Samengevat: goede stoelen, een medewerker die ziet wat je nodig hebt, een warme ruimte, een fris en origineel gedrukt menu, en een uniek koekje bij de koffie. Liefst geen cantuccini.